Los een handelsconflict sneller en goedkoper op, via bemiddeling

  • 11 augustus 2017

Los een handelsconflict sneller en goedkoper op, via bemiddeling

Soms belanden kmo’s in een schijnbaar onoplosbaar handelsconflict met een particulier of een andere onderneming. In principe kunnen ze dan naar de rechtbank stappen. Er bestaat echter een snellere en dus goedkopere oplossing: bemiddeling. Europa wil het gebruik daarvan ten volle promoten, in de b2b- en de b2c-context, onder meer via de Alternative Dispute Resolution. We praten over de vele voordelen van alternatieve geschillenbeslechting en het Europese initiatief met Bart Volders, advocaat-vennoot van het gespecialiseerde advocatenkantoor Arcas Law.

Een gerechtelijke procedure voor de rechtbank van koophandel neemt makkelijk twee jaar in beslag. Dat zijn twee jaar aan gerechtelijke kosten, met op het einde een uitspraak die mogelijk niet iedereen tevredenstelt. Het gevolg is dat vele kmo’s het sop de kool niet waard vinden, en bij een conflict geen gerechtelijke stappen zetten.

Alsmaar meer rechtbanken van koophandel stellen daarom een andere, nog te weinig gebruikte procedure voor: alternatieve geschillenbeslechting of bemiddeling. Tot groot genoegen van Europa, die de mogelijkheid ten volle promoot. Zowel tussen bedrijven onderling, als tussen consumenten en handelaars.

Op zoek naar ‘common ground’

“Bij alternatieve geschillenbeslechting proberen de partijen hun conflict eerst buiten de rechtbank om op te lossen, begeleid door een bemiddelaar”, vertelt Bart Volders. “Best maakt die aan beiden eerst duidelijk wat de juridische uitspraak over het dispuut zou zijn. Daarna brengt hij samen met hen de sterkere en zwakkere punten van hun positie in kaart. Zo komen de partijen dichter bij elkaar en formuleren ze – als alles goed zit – uiteindelijk samen een eigen oplossing.”

Vlotter, goedkoper en beter

“Alternatieve geschillenbeslechting levert zo mogelijk al binnen één tot twee maanden resultaat op. Veel sneller dus dan via de rechtbank”, benadrukt Bart Volders. “De procedure is dan ook een pak goedkoper. Zeker in vergelijking met een gerechtelijke behandeling van een internationaal dispuut die vaak bijzonder veel kost. En komt er toch niets uit de bus, dan blijft de rechtbank een optie.”

Bovendien past de uitkomst van de bemiddeling beter bij de wensen van beide partijen. “De oplossing wordt hen immers niet opgelegd door de bemiddelende derde of door een rechter, maar is het resultaat van onderhandelingen waarbij elke partij wat water bij de wijn doet.”

Geschillenbeslechting leidt ook minder vaak tot een definitieve breuk in de handelsrelatie. Al gewoon door het feit dat de procedure sneller is, waardoor de betrokkenen de zaak makkelijker vergeten. Maar ook omdat de partijen door de open bemiddelingsgesprekken vlotter inzien dat ze elk een aandeel in het conflict hebben.

Cruciale rol van vertrouwen

Om tot bemiddeling te komen, gelden wel enkele voorwaarden. “Zo moeten beide partijen bereid zijn om aan de procedure deel te nemen. Bovendien moet de bemiddelaar neutraal zijn. Hij mag geen banden hebben met een van de betrokken partijen.” De bemiddelende partij is ook best erkend. Zo valt de oplossing nadien toch af te dwingen, als een partij het akkoord alsnog negeert.

Alternatieve geschillenbeslechting verloopt altijd in een vertrouwelijke sfeer. Alle gedeelde informatie blijft binnenskamers, in tegenstelling tot bij een rechtszaak die deels publiek is. Niet dat de pers veel interesse heeft in dergelijke zaken, maar het vertrouwelijke karakter kan wel voordelig zijn bij disputen over creatieve rechten.

Ook tussen consumenten en bedrijven

Niet alleen bedrijven kiezen beter voor bemiddeling, wegens de vele voordelen; hetzelfde geldt voor consumenten. Maar ook zij kennen de optie nog onvoldoende en hadden er tot voor kort moeilijk toegang toe.

“Om alternatieve geschillenbeslechting populairder te maken in de b2c-context, vaardigde de Europese Commissie de Alternative Dispute Resolution uit”, vertelt Bart Volders. “Deze richtlijn voert in heel Europa en in bijna alle sectoren erkende bemiddelaars in. Daarmee valt nagenoeg elk handelsconflict tussen consumenten en bedrijven te bemiddelen, over zo goed als alle Europese producten en diensten.”

Ook voor online aankopen

Consumenten kopen uiteraard ook vaak online, over de EU-grenzen heen. “Elk dispuut daarbij moet ook te bemiddelen vallen. Daarom introduceerde de Europese Commissie het webplatform Online Dispute Resolution. Daarop kunnen particulieren een bemiddeling starten over elke internetaankoop binnen de EU.”

De klachten vallen in alle 23 officiële talen van de EU in te geven. Via het platform belanden ze dan bij een erkende bemiddelaar in de lidstaat van de betrokken handelaar. Die derde partij ontfermt er zich dan verder over.

Online handelaars die in de EU actief zijn, moeten hun klanten informeren dat ze een handelsdispuut kunnen aankaarten via een erkende bemiddelaar, al dan niet online. Zowel via de algemene verkoopsvoorwaarden en -contracten als met een link naar het Online Dispute Resolution-platform (ec.europa.eu/consumers/odr).

Meer consumentenvertrouwen en groei

De Europese richtlijn is niet alleen goed nieuws voor particulieren, ze helpt ook bedrijven. “Want als ik als consument een eventueel dispuut makkelijk kan oplossen via bemiddeling, waar de handelaar zich ook in Europa bevindt, dan krijgt mijn vertrouwen in de Europese markt een boost en koop ik mogelijk meer internationaal”, verklaart Bart Volders.

Een bedrijf heeft er dus alle belang bij om voor alternatieve geschillenbeslechting te kiezen. Zowel om zijn eigen disputen snel en betaalbaar op te lossen, als om zijn klanten tevreden te stellen en zijn groei te verzekeren.