Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - EFRO-INTERREG

Laatste revisiedatum: 13/03/18

Wat houdt de maatregel in?

EFRO is een van de Europese structuurfondsen en verleent subsidies voor de medefinanciering van ontwikkelingsacties in erkende gebieden.

Europese structuurfondsen versterken de economische, sociale en territoriale cohesie binnen de Europese Unie en dringen bestaande onevenwichtigheden tussen de regio's terug. Ze ondersteunen acties die bijdragen tot duurzame economische ontwikkeling en tewerkstellingscreatie, en het realiseren van de objectieven van de Europa 2020-strategie voor een slimme, duurzame en inclusieve groei.

2 doelstellingen:

  1. Investeren in groei en werkgelegenheid: met nadruk op de minder ontwikkelde regio’s binnen de Unie
  2. Europese Territoriale Samenwerking: ter bevordering van grensoverschrijdende, trans- en interregionale samenwerking

Definitie

EFRO Interreg: verzamelnaam voor programma’s die samen met andere EU-Fondsen of -programma’s, zoals Horizon 2020, functioneren binnen hetzelfde EU 2020-kader. Dat is gericht op duurzame groei en jobs.

Samen met het EFRO Vlaanderen-programma vormen de Interreg-programma’s het EFRO-luik van het Cohesiebeleid in Vlaanderen. Daarbij ligt de focus op de transformatie of structurele aanpassing van onze regionale economie. Vlaanderen koos ervoor om deze Interreg-programma’s ter versterking in te zetten van het EFRO Vlaanderen-programma.

Elk programma is georganiseerd volgens vooraf afgebakende geografische regio’s waarvoor een meerjarig actieprogramma met gedeelde prioriteiten en uitdagingen werd overeengekomen door de deelnemende EU-lidstaten en regio’s als Vlaanderen.

Binnen Vlaanderen zijn er drie soorten programma’s die ze beheert en uitvoert in samenwerking met andere regio’s:

1/ grensoverschrijdende programma's: gericht op de samenwerking tussen aangrenzende regio’s van buurlanden. Vlaanderen neemt deel aan 4 programma’s met volgend EFRO-budget:

  1. Grensregio Vlaanderen- Nederland (€ 152 miljoen)
  2. Euregio Maas-Rijn (€ 96 miljoen)
  3. Frankrijk (€ 170 miljoen)
  4. 2 Seas (€ 257 miljoen)

2/ transnationale programma's: gericht op een bredere samenwerking tussen meer regio’s, beslaan een groter gebied. Vlaanderen neemt deel aan twee programma’s met volgend EFRO-budget:

  1. Noordzee Regio (€ 167 miljoen)
  2. Noordwest Europa (€ 396 miljoen)

3/ interregionale programma's: thematische samenwerkingsverbanden tussen regio’s, zonder geografische afbakening. Vlaanderen neemt deel aan drie programma’s met volgend EFRO-budget:

  1. Interreg (€ 359 miljoen)
  2. URBACT (€ 74 miljoen)
  3. INTERACT (€ 39 miljoen)

Voor wie?

De publieke projectmiddelen zijn bestemd voor consortia van overheden, onderzoeks- en kennisinstellingen, het bedrijfsleven en ngo’s enzovoort die transitieprojecten met een langetermijnperspectief willen uitvoeren waarvan ondernemingen en burgers in Europa beter worden.

=> geen financieringskanaal voor individuele bedrijfsprojecten of voor projecten met een kortetermijnperspectief. Een beperkt aantal Interreg-projecten verstrekt wel rechtstreeks subsidies aan ondernemingen, met name kmo's. Veelal betreft het de financiering van innovatietrajecten. Voorbeelden hiervan zijn CrossCare, CrossRoads2 of het Biobase4SME-project.

Welke projecten?

Projecten hebben een hoge graad van open-innovatie en geen onmiddellijk commercieel of winstgevend karakter. Ze moeten passen binnen de wettelijke beperkingen inzake staatssteun. Alle Interreg-programma’s focussen op bepaalde aspecten van kernthema’s uit EU2020. Die werden op hun beurt vertaald naar de context van een programmagebied:

  • overgang naar een kenniseconomie en versterking van innovatie
  • overgang naar een koolstofarme economie
  • versterking van het concurrentievermogen van kmo’s
  • valorisatie en duurzaam gebruik van milieu of hulpbronnen

Kernthema’s als klimaatverandering en een verbetering van de levenskwaliteit voor de burger, kleuren verder mee de invulling van deze thema’s. Doelstelling van EFRO Interreg is het mee stimuleren van transities binnen afgebakende onderdelen van bovenstaande domeinen en waarvoor een geïntegreerde internationale aanpak is vereist door een veelheid aan spelers, sectoren en bestuursniveaus.

Projecten hebben een hoog open innovatiegehalte en mogen geen onmiddellijk commercieel en/of winstgevend karakter hebben. Verder moeten ze passen binnen wettelijke beperkingen inzake staatssteun.

Omvang steun

De Interreg-programma’s waarin Vlaanderen participeert, beschikken over een gezamenlijk EFRO-budget van ruim € 1 miljard.

De grensoverschrijdende en transnationale programma's kunnen tot 50-60% financieren van de totaal goedgekeurde projectkosten. Bij interregionale samenwerkingsprogramma’s kan dit oplopen tot 85%. De overige financiering wordt (aan)gedragen door de projectindieners. Zij kunnen hiervoor aankloppen bij de bevoegde Vlaamse minister, andere overheden of private partijen. Van projectindieners wordt een eigen bijdrage verwacht, minimaal 20% is de aangewezen praktijk. De hoogte en het percentage aan EFRO en andere publieke financiering(en) is in geval van dossiers waar staatsteunregels gelden wel afhankelijk van de betrokken EU-voorschriften.

De toegekende subsidie binnen een EFRO-project valt uitzonderlijk onder de toepassing van de Europese de-minimis-regelgeving. Hierdoor mag de de-minimissteun steun aan bedrijven over 3 jaar gespreid maximaal € 200.000 bedragen. Meer informatie en voorbeelden vindt u op www.vlaio.be/artikel/staatssteun. Zo vallen de projecten CrossCare en BioBase4SME onder de-minimis, het project CrossRoads2 niet.

Aanvraagprocedure

Interreg-programma’s werken met vooraf gepubliceerde en regelmatige projectoproepen. Dan worden projectdossiers via een online platform ingediend.

Zowat alle programma’s werken met een tweestapsprocedure:

  1. aanvragers dienen een projectconcept in, gevolgd door een eerste preselectie
  2. deze lichting wordt uitgenodigd om een volledig uitgewerkt projectdossier in te dienen, waarna de finale selectie plaatsvindt

De termijn voor het doorlopen van deze twee stappen varieert per programma. Reken op een periode van zeven tot twaalf maanden.

Beslissingen over preselectie of finale selectie worden genomen door een Comité van Toezicht. Daarin zetelen politiek-ambtelijke vertegenwoordigers van de regio’s in een programmagebied. De programmasecretariaten lichten de projectdossiers vooraf technisch door en brengen een onafhankelijk advies uit aan het Comité van Toezicht.

Contactinformatie

Agentschap Innoveren & Ondernemen - Entiteit Europa Economie

Koning Albert II-laan 35 bus 12

1030 Brussel

T 02 553 38 63

economie.europa@vlaanderen.be

www.vlaio.be/europees-fonds-voor-regionale-ontwikkeling